albumrecensie door Jan Vranken

Er zijn bands die een genre belichamen, en er zijn bands die er zelf een uitvinden. Gogol Bordello deed allebei. Sinds Eugene Hütz eind jaren negentig vanuit de Lower East Side van New York zijn multiculturele punkorkest op de wereld losliet, is het acht man sterke collectief uitgegroeid tot de onbetwiste koningen van wat inmiddels ‘gypsy punk’ heet – een genre dat precies één troonpretendent kent. Met We Mean It, Man!, hun negende studioalbum en het eerste op Hütz’ eigen Casa Gogol Records, doet de band iets wat je niet vaak ziet bij formaties die al ruim een kwart eeuw meedraaien: ze vinden zichzelf opnieuw uit zonder zichzelf te verliezen.
De sleutel tot die metamorfose luistert naar twee namen: Nick Launay en Adam ‘Atom’ Greenspan. Launay, de man achter de knoppen bij Nick Cave, Gang of Four, Yeah Yeah Yeahs en IDLES, brengt een productie-esthetiek mee die Gogol Bordello’s ruige energie niet tempert maar juist kanalisseert. Waar voorganger Solidaritine (2022) onder de vuisten van Walter Schreifels de hardcore opzocht als reactie op de Russische invasie van Oekraïne, duikt We Mean It, Man! een geheel andere tunnel in. Hütz noemde het zelf hun ‘post-punk revenge’, en dat is een treffende omschrijving. De twaalf nummers combineren de vertrouwde Roma-viool, accordeon en dat onmiskenbare Oost-Europese schwung met electronische lagen, loops en gated drums die doen denken aan de hoogtijdagen van Public Image Ltd. en Killing Joke. Stel je voor dat Manu Chao en John Lydon samen in een Berlijnse club verdwalen terwijl een Roemeens huwelijksorkest de tent op stelten zet – dan kom je in de buurt.
Het titeltrack opent het album als een vuistslag in fluwelen handschoen: harde gitaarriffs verweven met synth-texturen en Hütz’ kenmerkende vocale acrobatiek, ergens tussen scanderen en zingen in vijf talen tegelijk. ‘Life Is Possible Again’ volgt als het emotionele hart van de plaat. Waar veel bands na ruim twintig jaar cynisch worden, kiest Hütz voor radicaal optimisme – niet het naïeve soort, maar het doorleefde optimisme van iemand die als kind geëvacueerd werd na Tsjernobyl, als vluchteling door half Europa trok en sindsdien heeft geweigerd de hoop op te geven. De clip, met acteur Liev Schreiber, onderstreept die boodschap met een kracht die je niet snel vergeet.
‘No Time For Idiots’ is het nummer dat fans van Gypsy Punks uit 2005 aan hun hart zullen drukken: een Strummer/Jones-achtige riffpunkknaller met een refrein dat zich in je schedel boort en weigert te vertrekken. Denk aan de aanstekelijke energie van ‘Wonderlust King’, maar dan door een post-punk mangel gehaald. ‘Hater Liquidator’ daarentegen is de dansvloervuller van het album, een bonanzatronisch feestje waarin Erica Mancini’s orgelwerk de show steelt. Het is het soort nummer waarop je in een bezwete club om drie uur ’s nachts je laatste restje energie verbrandt – en er geen spijt van hebt.
De samenwerkingen op het album zijn weloverwogen. Grace Bergere levert op ‘Boiling Point’ een vocale bijdrage die het nummer naar een hoger plan tilt, terwijl ‘From Boyarka to Boyaca’ met Puzzled Panther – het psychedelische Manchester-meets-New York project met Brian Chase van de Yeah Yeah Yeahs – een van de meest avontuurlijke tracks oplevert. De reis van Boyarka (Oekraïne) naar Boyacá (Colombia) is niet alleen geografisch maar ook muzikaal een odyssee. De afsluiter ‘Solidarity’, in een nieuwe mix van Launay met Bernard Sumner van New Order op gitaar, knoopt aan bij de versie die in 2023 al verscheen maar krijgt hier een definitieve, grootse vorm. Het nummer, gebaseerd op een anthem van de Angelic Upstarts, voelt als de logische brug tussen Gogol Bordello’s punk-DNA en hun nieuwe post-punk richting.
Zijn er dan geen kanttekeningen? Jawel. Tracks als ‘Crayons’ en ‘State of Shock’ in de tweede helft van het album halen niet helemaal het niveau van de openingsreeks, en hier en daar dreigt de electronische productie de organische charme te overschaduwen die Gogol Bordello juist zo uniek maakt. De viool van Sergey Ryabtsev – decennialang het geheime wapen van de band – had op sommige tracks wat prominenter gemogen. En Hütz’ teksten, hoe oprecht en urgent ook, neigen af en toe naar sloganesk optimisme waar meer nuance welkom was geweest.
Maar dat zijn schoonheidsfoutjes op een album dat vooral indruk maakt door zijn lef. In een tijdperk waarin veel veteranenbands kiezen voor veilige nostalgie of geforceerde vernieuwing, slaagt Gogol Bordello erin om hun DNA intact te houden terwijl ze tegelijkertijd een compleet nieuw sonisch landschap verkennen. De samenwerking met Launay en Greenspan is geen cosmetische ingreep maar een fundamentele herijking van hun geluid – en het werkt. We Mean It, Man! is het bewijs dat je na negen albums nog steeds kunt verrassen, zolang je het maar meent. En als er één ding is dat Eugene Hütz altijd heeft gemeend, dan is het de muziek.
Waardering: 7/10 (Casa Gogol Records)
Plaats een reactie